Het verhaal van Marlo (Mohamed) (23)

Opvoeding

Toen ik geboren werd, was mijn vader aanhanger van een emancipatiebeweging die ijverde voor meer burgerrechten. Onze familie moest dan ook meermaals verhuizen omdat we werden bedreigd en weggejaagd door tegenstanders die de status quo verdedigden. Ik was zes jaar oud toen mijn vader in koelen bloede werd vermoord. Ik herinner mij dat ik wakker werd van het geschreeuw van mijn moeder. Wij (de kinderen) stonden te staren en wisten dat er iets ergs was gebeurd met onze vader, niemand hoefde dat ons te vertellen. Later is mij verteld dat mijn vaders schedel aan een kant helemaal verpletterd was.

Mijn moeder moest de jaren nadien de eindjes aan elkaar knopen. Ze miste mijn vader erg en raakte in zichzelf gekeerd. Ze begon tegen zichzelf te praten en dit werd alleen maar erger. Uiteindelijk werd mijn moeder opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Ik belandde ik in een opvangtehuis en al mijn broers en zussen kwamen terecht in verschillende internaten en instituten. Mijn moeder verbleef zesentwintig jaar lang in een inrichting totdat mijn broers, zusters en ik haar daar uit lieten ontslaan.

Ontwikkeling

Ik moest naar een school met moeilijke kinderen en woonde daar bij het hoofd van de school en haar man. Er werd mij verteld dat zij goede mensen waren en dat dacht ik ook meteen toen ik ze ontmoet had. Ze mochten mij meteen en accepteerden me. Later zag ik in dat zij mij als een mascotte zagen. Ze praatten over alles en iedereen waar ik bij was, op dezelfde manier als mensen praten in de buurt van hun huisdier.

Op school vertelde ik rond die tijd aan mijn favoriete leerkracht dat ik advocaat wilde worden. Ik herinner mij nog dat die toen ik dit zei heel verbaasd opkeek, acterover leunde in zijn stoel en grijnzend zei dat dit geen realistische ambitie was voor een jongen als ik. Ik moest maar na gaan denken over iets dat ik wel zou kunnen bereiken, een beroep waarbij ik mijn handen moest gebruiken. Mijn klasgenoten kregen wel aanmoedigende adviezen.

Toen ik vijftien werd, was ik de school zat. Ik besloot bij mijn halfzus te gaan wonen. Ik werkte als een schoenenpoetser, ijsverkoper, afwasser en serveerder. Daar was nauwelijks wat mee te verdienen en het duurde dan ook niet lang of ik ging het buiten de wet zoeken: gokken, drugs verkopen, inbraken en dealen. Ik schuwde er niet voor om geweld te gebruiken. Op mijn eenentwintigste werd ik veroordeeld tot tien jaar cel voor inbraak.

Ik vertelde aan mijn favoriete leerkracht dat ik advocaat wilde worden. Ik herinner mij nog dat hij zei dat dit geen realistische ambitie was voor een jongen als ik.

vraag 1 van 3Hoe gaat men het best om met ambities van jongeren?

Geef uw mening en lees het vervolg van Marlo’s verhaal. Na afloop leest u wat anderen hebben geantwoord.






Uit het nieuws

Meer nieuws